
Plaatselijke wegverbredingen

Plaatselijke wegverbredingen komen voor bij in- en uitritten, uitvoegstroken, bushalten en uitwijkplaatsen. Bij plaatselijke verbredingen moet zoveel mogelijk de aanwezige plaatvorm worden aangehouden. Wanneer dit niet mogelijk is, moeten de platen 25% dikker worden uitgevoerd. Wordt dezelfde plaatdikte aangehouden, dan moeten betonplaten met een breedte/lengteverhouding kleiner dan 0,50 worden voorzien van twee kruisnetten van ten minste geribd staal B500B Ø 10-150 (figuur 20) of een centraal gelegen kruisnet van B500B Ø 16-150. Bij toepassing van wapeningsnetten moeten de netten elkaar ten minste twee mazen overlappen.

Figuur 20. Dubbel kruisnet voor smalle of niet-rechthoekige plaat
Figuur 21 geeft een voorbeeld van een aan een betonweg gekoppelde verbreding ter plaatse van een bushalte. Figuur 22 toont een bushalte naast een asfaltverharding. De taps toelopende platen mogen niet in een punt eindigen; de minimumbreedte van de verharding is 0,5 m (zie ook figuur 23).

Figuur 21. Wegverbreding ter plaatse van een bushalte

Figuur 22. Bushalte in beton naast een asfaltverharding

Figuur 23 Voegenpatroon bij verbreding betonweg bij T-aansluiting